Zoeken = Cntrl + F
Ministerie van Justitie en Politie Suriname
Henck Arronstraat 1 paramaribo
Beleidsplan
Sector Rechtsbescherming en Veiligheid
2006 – 2010
Paramaribo, januari 2006
Inhoudsopgave
3.1 Doel- en taakstelling ministerie van Justitie en Politie
3.2 Organigram Ministerie van Justitie en Politie 2005
3.3 Hoofddoelstelling van beleid
3.3.4 Beleidsdoelen, strategieën, resultaten en monitoring
4.2 Het samenhangend projecten programma
4.3 De Programma Implementatie Unit (PIU)
Annex A: Verantwoording gebruikte data
Annex D: Analyserapport Rechtsbescherming en Veiligheid (samenvatting)
Annex E: Lijst van in de sectoranalyse aangetroffen gaps
VOORWOORD
Op dit moment heeft U het sectorplan van het Ministerie van Justitie en Politie voor de beleidsperiode 2005-2010 voor U liggen. Dit plan is samengesteld op basis van de regeringsverklaring van Regering Venetiaan-Sardjoe voor de regeerperiode 2005-2010, die is uitgesproken op woensdag 23 november 2005 in de Nationale Assemblee.
Het geeft de richting aan voor de komende periode met betrekking tot de versterking van de rechtsstaat, de rechtshandhaving, de rechtsbescherming en de veiligheid in geheel Suriname.In dit sectorplan wordt een bredere en meer integrale rol gegeven aan de rechtshandhavers en rechtsbeschermers, verantwoordelijk voor de uitvoering van een samenhangend rechtsbeschermings- en veiligheidsbeleid in Suriname.
Tevens wordt in dit sectorplan beoogd een nieuwe strategische visie aan te dragen voor uitvoering van het beleid binnen het Ministerie van Justitie en Politie. Deze visie moet leiden tot een integrale aanpak van de rechtshandhaving en rechtsbescherming, die moet leiden tot verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening en versterking van zowel de betrokken instituten als van de organisatie van het Ministerie van Justitie en Politie.
In deze visie staat centraal een werkwijze gebaseerd op samenwerking met zowel de actoren binnen het ministerie als met de overige, daarvoor in aanmerking komende samenwerkingspartners zowel binnen als buiten de overheid.
Basis van deze samenwerking is de ketenbenadering, samen werken aan de verbetering van één proces. Deze visie leidt eveneens tot nieuwe vormen van bestuurlijke en justitiële verantwoordelijkheden, die een andere rol vragen van bestuurders, rechtshandhavers en rechtsbeschermers.
Voor de uitvoering van de genoemde strategische visie zal namens de Regering, door het Ministerie van Justitie en Politie een structuur worden ontwikkeld, die gericht is op beleidsondersteuning en beleidsaansturing.
Deze structuur is bedoeld om zowel het proces van gezamenlijke besluitvorming ten aanzien van het te voeren beleid, als van de beleidsimplementatie, -uitvoering, -coördinatie en -monitoring te versterken. Deze versterking dient binnen alle sectoren van het ministerie plaats te vinden.
De lopende projecten, beleidsactiviteiten en de projecten die zullen voortvloeien uit de in 2005 uitgevoerde sectoranalyse zullen geïntegreerd worden in het beleid van het Ministerie van Justitie en Politie en de coördinatie van de uitvoering van deze beleidsactiviteiten en projecten zal geschieden vanuit een projectorganisatie die opgezet zal worden binnen het ministerie.
Het beleid binnen het ministerie is ontwikkeld op basis van constructieve dialoog met alle betrokken actoren en stakeholders ter vergroting van het draagvlak van het beleid en zal op deze zelfde wijze uitgevoerd worden, waarbij het ministerie een centrale rol zal vervullen bij de aansturing.
Bij de uitvoering van dit plan zal niet vergeten worden om ministeries en andere instanties die op enige wijze bij de deelprogramma’s nodig zijn, te betrekken.
Derhalve nodig ik alle actoren uit om hun verantwoordelijkheid bij de versterking van de rechtsstaat, de rechtsbescherming, de rechtshandhaving en de veiligheid op te pakken en samen met de Regering, en met name het Ministerie van Justitie en Politie, te werken naar een veilig en leefbaar Suriname.
Minister van Justitie en Politie
Ch. Santokhi
Inleiding
In september 2005 is de nieuwe regering, bestaande uit de Nationale Partij Suriname, de Vooruitstrevende Hervormingspartij, de Surinaamse Partij van de Arbeid, Pertjajah Luhur, A-Combinatie en A1 aangetreden. Van deze regering wordt een meerjaren beleidsprogramma verwacht. Intern is de afgelopen maanden gewerkt aan dit programma. Door de minister zijn diverse hearings gehouden en veldbezoeken afgelegd bij de diensten en korpsen, die deel uitmaken van het ministerie van Justitie en Politie. Daarnaast is er ook een sectoranalyse gemaakt.
Via een Quick Sector Scan is in 2001 reeds een verkenning gemaakt van de sector Rechtsbescherming & Veiligheid. Bij dit proces –dat onder algemene verantwoordelijkheid uitgevoerd is van de regering- waren zowel het ministerie van Justitie & Politie betrokken, als het ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS), de Nederlandse Ambassade èn diverse maatschappelijke organisaties.
Vervolgens is op 30 maart 2005 een officiële start gemaakt met de ontwikkeling van een lange termijn beleidsvisie en een daarop gebaseerd meerjarenprogramma voor de sector, dit als nadere verdieping van de Quick Sector Scan. Eind september was een concept overzicht van maatregelen beschikbaar, die in de komende periode ondernomen zouden moeten worden om tot significante verbetering van de sector Rechtsbescherming & Veiligheid te komen.
Het sectorplan kan bogen op een breed draagvlak. In een reeks van bijeenkomsten met diverse belanghebbenden (stuurgroep, monitorgroep en klankbordgroep) is het plan besproken. Zo is in de eerste voorbereiding tot het analyserapport een negental werkgroepbijeenkomsten gehouden waarin de voor de analyse benodigde informatie is verzameld.
Daarnaast zijn er bijeenkomsten geweest met vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld in de vorm van klankbordgroepbijeenkomsten. De resultaten van de analyse zijn vervolgens in een tweetal workshops uitgebreid doorgenomen met belanghebbende organisaties.
In afzonderlijke bijeenkomsten zijn de resultaten ook afgestemd met vertegenwoordigers van de Rechterlijke Macht en het Openbaar Ministerie. Tot slot is onder leiding van het Ministerie van Justitie en Politie in een gezamenlijke vergadering van stuurgroep en monitorgroep het finale resultaat besproken.
Op basis van de informatie van de resultaten uit de sectoranalyse en met gebruikmaking van de informatie die tijdens de bovenbedoelde bijeenkomsten naar voren is gekomen, alsmede op basis van later door het Ministerie van Justitie en Politie georganiseerde hearings en veldbezoeken, is het beleidsplan voor het ministerie tot stand gekomen.
Leeswijzer
Het sectorplan begint met onze regeringsverklaring, zoals die door de President van onze Republiek Suriname op 23 november 2005 is voorgelezen. Deze verklaring is de basis van waaruit het beleidsplan voor het ministerie van Justitie en Politie met betrekking tot de sector Rechtsbescherming & Veiligheid tot stand is gekomen.
Behalve uit het beleidsplan van het Ministerie van Justitie en Politie bestaat het sectorplan uit de sectoranalyse (annex D) en de daaruit voortgekomen lijsten van omissies (annex E).
Op basis van die lijsten is het meerjaren projecten programma ontwikkeld (annex F), alsmede het overzicht van activiteiten, die door de lijnorganisatie van het ministerie van Justitie en Politie moeten worden geëntameerd (annex E, lijsten 2 en 3). Uiteraard is in het sectorplan ook een raming opgenomen van de financieringsbehoefte en is inzicht geboden in de dekkingsmogelijkheden van deze behoefte (hoofdstuk 5).
Hoofdstuk 3 is het beleidsplan. In paragraaf 3.1 leest u de doel- en taakstelling van het ministerie. Het organogram van het ministerie, zoals dat bestond bij het aantreden van de Regering Venetiaan-Sardjoe, treft u aan in paragraaf 3.2. In paragraaf 3.3 wordt de hoofddoelstelling van het beleid voor de huidige meerjaren beleidsvisie weergegeven, gevolgd door een uiteenzetting van de meerjaren beleidsvisie, alsmede de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het formuleren van het beleid.
Tegen de achtergrond van de primair geformuleerde hoofddoelstellingen van beleid worden in dit hoofdstuk vervolgens de beleidsdoelstellingen gepresenteerd, waarop de inspanningen in de komende jaren op de onderscheiden beleidsdomeinen zullen worden gericht.
Per beleidsdoelstelling worden de belangrijkste resultaten concreet aangegeven en worden – waar mogelijk – de indicatoren aangegeven aan de hand waarvan de effectiviteit van het beleid kan worden gecontroleerd. Aan het slot van paragraaf 3.3 worden de beleidsonderwerpen gepresenteerd waaraan op basis van de in dit sectorplan beschreven beleidsvisie prioriteit zal worden gegeven.
Hoofdstuk 3 sluit in paragraaf 3.4 af met een beschrijving van de vijf beleidsdomeinen, die binnen de sector Rechtsbescherming en Veiligheid zijn onderscheiden. Deze beleidsdomeinen vormen een belangrijke ondersteuning voor de effectieve en integrale aansturing van de beleidsrealisatie. Voorts bieden zij houvast voor de monitoring van de voortgang aan de hand van de geformuleerde beleidsvisie.
Hoofdstuk 4 geeft de praktische uitwerking van de beleidsvisie. Het beschrijft het meerjarenprogramma, waarin per beleidsdomein een groot aantal met elkaar samenhangende projecten is geformuleerd. Het overzicht van deze projecten, dat gebaseerd is op het resultaat van de sectoranalyse, treft u aan in annex E bij dit sectorplan.
Voor wat de herkomst van de projecten betreft wordt verwezen naar lijst 1 in annex E, waarin een overzicht is gepresenteerd van de gaps, die in de sectoranalyse zijn vastgesteld. Naast het overzicht van interventiegebieden, die door middel van een project zullen worden ingevuld, zijn er ook een groot aantal aandachtspunten geïdentificeerd, die door de lijnorganisatie van het ministerie van Justitie en Politie dienen te worden opgepakt, waar nodig in coördinatie met de projectuitvoering. Deze lijnactiviteiten worden vermeld in de lijsten 2 en 3, eveneens te vinden in annex E.
Het overzicht van projecten vormt de basis van waaruit door de uitvoeringsorganisatie bij het ministerie van Justitie en Politie de terms of reference zullen worden geformuleerd, die ten grondslag zullen liggen aan de feitelijke project uitvoering. Die uitvoeringsorganisatie zal primair worden gevormd door de Programma Implementatie Unit (PIU), die wordt beschreven in paragraaf 4.3.
Gezien het grote belang van deze unit voor de realisatie van het meerjaren projectenprogramma zal deze vooruitlopend op de uitvoering van het meerjaren projecten programma tot stand worden gebracht.
In hoofdstuk 5 tenslotte is aangegeven wat het beschikbare budget is, alsmede – per beleidsdomein – welke de financieringsbehoefte is.
In de bijlagen staan tenslotte aangegeven welke data zijn gebruikt bij de totstandkoming van dit document en welke commissies vooruitlopend reeds bezig zijn met (voorbereidingen op) de uitvoering van het geformuleerde beleid. Ook is een bijlage opgenomen van reeds actief zijnde commissies.
Samenvatting
Suriname is een rechtsstaat die steunt op ondermeer de instituten van de rechterlijke macht, opsporing en vervolging. Het is nodig dat alle instituten waar de rechtsstaat op steunt, institutioneel versterkt worden.
De Regering heeft de verantwoordelijkheid om de veiligheid op het totale grondgebied van ons land te garanderen.
De veiligheidssituatie kan opgedeeld worden in de lokale en de internationale. Binnen de grenzen is er behoefte aan niet aflatende aandacht voor mogelijke latente en potentiële bedreiging van de rechtsstaat.
Maar ook de globalisatie maakt veiligheid tot een prioriteitsgebied van aandacht. Door de globalisatie moeten wij er rekening mee houden dat ons land met grote open grenzen, ontvankelijk en toegankelijk kan zijn voor regionale en internationale dreiging.Er is een toename van het personen- en goederenverkeer en wij moeten voorkomen dat negatieve invloeden ons land binnen komen. Er is ook de noodzaak om meer internationaal samen te werken om de grensoverschrijdende criminaliteit effectiever te bestrijden.
Het beleid van de Regering is er dan ook op gericht om binnen het beleidsdomein “rechtsbescherming en veiligheid” op het hele grondgebied van Suriname, alle vormen van criminaliteit terug te dringen. In samenwerking met binnenlandse en buitenlandse partners zal ook de grensoverschrijdende criminaliteit verder worden bestreden.
Het gevoel van veiligheid en rechtszekerheid moet versterkt worden. Een goed functionerende Rechterlijke Macht is hierbij essentieel. Het veiligheidsbeleid zal steunen op wet- en regelgeving, aangepaste bewaking van ons territoir en samenwerkingsovereenkomsten met daarvoor in aanmerking komende landen. Misdaadpreventie zal prioriteit genieten, maar waar nodig zal repressief worden opgetreden.
Politie en leger zullen vaker en intensiever met elkaar samenwerken in de strijd tegen de criminaliteit. Uitgegaan wordt van een benadering waarbij alle actoren in de keten van de Rechtsbescherming en Veiligheid integraal zullen samenwerken. De Regering zal de nodige maatregelen treffen zodat het gezag van de overheid overal op ons grondgebied aanwezig is en de veiligheid gegarandeerd wordt.
Het totaalbedrag aan benodigde middelen voor de uitvoering van het meerjaren projecten programma dat op basis van de sectoranalyse is ontwikkeld bedraagt € 40.033.798,--/SRD 132.912.209,-- (koers per 11 januari 2006).
De dekking van de uitgaven zal voor het grootste deel door de begroting van het ministerie van Justitie en Politie worden voorzien. De overige financiele behoefte zal gedekt worden uit verdragsmiddelen en middelen van overige donoren.
Beleidsplan
3.1 Doel- en taakstelling ministerie van Justitie en Politie
Grondslag
Het beleidsplan vloeit voort uit de resultaten van in 2005 uitgevoerde analyse van de sector Rechtsbescherming en Veiligheid. Uit deze analyse kwamen – op hoofdlijnen – de volgende knelpunten – gerubriceerd per beleidsdomein – aan het licht.
Rechtshulp en rechtzorg:
o rechterlijke Macht: achterstanden in de afwikkeling van rechtszaken;
o binnen de gerechtelijke organisatie bestaat er geen voldoend accuraat beeld van aantallen en soorten zaken die jaarlijks worden aangebracht;
o het gedeeltelijk ontbreken van juridische ondersteuning, de hoge werkdruk, de gebrekkige infrastructurele en logistieke voorzieningen, maken het minder makkelijk in de behoefte naar recht op alle mogelijke terreinen te voorzien;
o de interne organisatie van het Hof en Kantongerechten behoeft doorlichting vanuit het oogpunt van effectiviteit,prestaties en kostenefficiency;
o voor rechters en andere vertegenwoordigers vanuit de rechterlijke macht bestaat er onvoldoende de mogelijkheid om snel en eenvoudig toegang te krijgen tot recente en relevante informatie omtrent (specifieke) wetgeving en rechtszaken, die van belang zijn om hun taken op adequate wijze uit te voeren;
o een ononderbroken Surinaamse jurisprudentie is niet aanwezig;
o de rechtspositieregeling voor rechters is nog inadequaat;
o het stelsel van gefinancierde (kosteloze) rechtshulp aan on- en minvermogenden is organisatorisch en financieel aan herziening toe.
Criminaliteitsbestrijding en openbare veiligheid (politie):
o het streven is erop gericht om het binnenland en sommige delen van de kustvlakte van Suriname verder te voorzien van overheidsgezag i.h.b. politietoezicht en brandweerzorg;
o de capaciteit van Suriname om invulling te geven aan haar verplichtingen m.b.t. anti-corruptie beleid behoeft verbetering;
o hetzelfde geldt voor de aanpak van mensenhandel- en mensensmokkel;
o de last van de veiligheidsproblemen komt voornamelijk op de schouders van politie, de rechterlijke macht en brandweer terecht; veiligheidsbeleid wordt nog te weinig onder algemene bestuurlijke regie gevoerd;
o het Korps Politie Suriname (KPS) is als informatie verwerkende en gebruikende organisatie, zowel voor eigen intern gebruik den dienste van de opsporing, als voor andere partners in de justitiële keten ter ondersteuning van hun respectieve taken, onvoldoende toegerust;
o het KPS is thans nog niet voldoende in staat in te spelen op organisatorische aanpassingen en verbeteringen die nodig zijn om haar taken in de komende decennia adequaat te kunnen uitvoeren.
Openbare veiligheid (Brandweer):
o de brandpreventief behoeft verbetering. Dit geldt in het bijzonder de historische binnenstad van Paramaribo. De afdeling preventie van het Korps Brandweer Suriname (KBS) beschikt nog niet over een adequate set regelgeving;
o de bluswatervoorziening is voor verbetering vatbaar, en er zijn onvoldoende interventieplannen ontwikkeld, waardoor de daadwerkelijke inzet wordt bemoeilijkt;
o het Korps Brandweer Suriname behoeft ondersteuning op de gebieden organisatie, HRM, beheer van gebouwen, materieel en uitvoering alsmede financieel beheer;
o de bereikbaarheid van de hulpdiensten is nog niet wat het wezen moet. Momenteel kennen de primaire hulpverleningsdiensten in Suriname (politie, brandweer en ambulancedienst) alle verschillende alarmnummers;
o hetzelfde geldt voor andersoortige bereikbaarheid te weten de telefonische bereikbaarheid in niet-spoedzaken en de baliediensten;
o Suriname is onvoldoende voorbereid op crises en rampen: grootschalige gebeurtenissen die een snelle – gecoördineerde – inzet verlangen;
o op dit moment bestaat geen goed inzicht in de dreigingen van de Surinaamse samenleving;
o op districtsniveau moet men nog werken aan het opstellen van interventieplannen, c.q. rampenplannen en naar plaats bepaalde rampenbestrijdingsplannen.
Delinquentenzorg en resocialisatie:
o de huidige strafmogelijkheden zijn niet toereikend om delinquenten op een adequate wijze voor te bereiden op een terugkeer in de samenleving. Als gevolg van een en ander is recidive meer regel dan uitzondering
o Daarbij komt nog bijkijken dat de druk op de cellencapaciteit in Suriname te groot is. Desondanks ligt het accent bij de toepassing van sancties met name op de gevangenisstraf. In Suriname maakt men nog onvoldoende gebruik van de mogelijkheid van alternatieve straffen;
o het OM beschikt over onvoldoende transactiebevoegdheden, waardoor de mogelijkheid tot buitenrechterlijke afdoening nog niet kan worden gebruikt;
o de huidige wetgeving en praktijk voorziet onvoldoende in alternatieve strafmodaliteiten;
o op het terrein van resocialisatie en herintegratie ontbreekt een effectieve reclasseringsorganisatie.
Aanpak huiselijk geweld:
o diverse mensenrechtenverdragen, nationale wetten, beleidsplannen en de roep vanuit de NGO’s nopen om tot de aanpak van huiselijk geweld, met name tegen vrouwen en kinderen, te intensiveren. Die aanpak op het niveau van de landelijke overheid is nog niet op het nivo als gewenst. Goede voornemens komen onvoldoende uit de verf;
o multidisciplinaire samenwerking tussen de betrokken actoren in het uitvoerende werkveld (overheidsinstanties, niet-overheidsorganisaties en zelfstandige professionals) is nog niet optimaal van de grond gekomen;
o slachtoffers van misdrijven krijgen in Suriname de aandacht van overheidsinstanties en niet-overheidsorganisaties. Die aandacht is echter niet continue aanwezig, terwijl de beschikbare zorg wel als positief wordt ervaren.
Naast de deze knelpunten is uit de sectoranalyse een groot aantal beleidsflankerende zaken en institutionele versterking naar voren gekomen die zijn verwerkt in de zogeheten gaplijst (zie Annex E) en het Projectenoverzicht (Annex F).
Tenslotte is door het ministerie van Justitie en Politie zelf nog aandacht gevraagd voor de verbetering van het vreemdelingenbeleid en de hiervoor benodigde organisatie. Voor een uitgebreide samenvatting van de sectoranalyse wordt verwezen naar annex D.
Doelstelling
Gegeven de in de vorige paragraaf weergegeven aandachtspunten is het doel waaraan het ministerie van Justitie en Politie continu zal werken:Het garanderen van effectieve rechtshandhaving en rechtsbescherming en het garanderen van veiligheid voor de gehele Surinaamse samenleving.
Taakstelling
Om deze doelstelling te kunnen verwezenlijken zijn voor het ministerie van Justitie en Politie de volgende taken omschreven:1 handhaven van de fundamentele mensenrechten en vrijheden;
2 voorbereiden, totstandbrenging en herzien van regelingen betreffende constitutionele aangelegenheden;
3 concipiëren van wetgeving en het verlenen van juridische adviezen ten behoeve van de staat;
4 zorgdragen voor de rechterlijke organisatie en de personele aangelegenheden van de Rechterlijke Macht;
5 vertegenwoordiging van de Staat Suriname in rechte;
6 invoeren, vervolgen en ten uitvoerleggen van straffen;
7 ontwikkelen en (doen) naleven van beleid ten aanzien van delinquenten, waaronder begrepen de resocialisatie;
8 ontwikkelen en (doen) naleven van beleid ten aanzien van de toelating, vestiging, naturalisatie, uitzetting en uitlevering van en toezicht op vreemdelingen;
9 scheppen van mogelijkheden ten behoeve van het bieden van sociale rechtshulp;
10 zorgdragen voor justitiële kinderbescherming, waaronder begrepen de voogdijvoorzieningen;
11 ontwikkelen en (doen) naleven van beleid ten aanzien van de intellectuele eigendom;
12 zorgdragen voor de inwendige veiligheid van de Staat; de handhaving van de openbare orde en rust, het voorkomen van inbreuken daarop en de bescherming van personen en goederen;
13 opsporing van strafbare feiten en het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, op welke overtreding straf is gesteld;
14 brandbeveiliging en brandbestrijding;
15. toezien op de bewaking van staatseigendommen
Organigram

Het totale personeelsbestand van het ministerie en Justitie en Politie in 2005 bedraagt 3469 medewerkers,waarvan binnen het directoraat 866 medewerkers. 425 daarvan behoren tot het Korps Penitentiaire ambtenaren, 14 rekruten daaronder begrepen en 441 medewerkers zijn technisch en administratief werkzaam.Ten aanzien van het onderdeel Onderzoek, Planning en Documentatie (OPD) wordt opgemerkt, dat in het licht van het in 2006 en de jaren daarna uit te voeren sectorplan er een Programma Implementatie Unit (PIU) in het leven zal worden geroepen. Deze PIU zal een duidelijke relatie hebben met de afdeling OPD alsmede – meer op de inhoudelijke aspecten gericht – met het Kabinet. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4.
Bij de Rechterlijke Macht zijn in totaal 53 personen in dienst. 21 daarvan behoren bij het Hof van Justitie (zittende magistratuur) en 16 bij het Openbaar Ministerie. Daarnaast zijn er 16 deurwaarders.
Bij het Korps Politie Suriname (KPS) zijn in 2005 1929 personen werkzaam, waarvan 1.620 executieve politieambtenaren en 309 bureau ambtenaren. Het Korps Brandweer (KBS) bestaat uit 448 personeelsleden, waaronder 403 brandweerlieden en 45 burgerambtenaren.
De Beveiligings- en Bijstandsdienst (BBS) tenslotte heeft 193 personeelsleden, waarvan 186 beveiligingsambtenaren en 7 burgerpersoneelsleden.
3.3 Hoofddoelstelling van beleid
Conform de doelstelling van het ministerie geldt als belangrijkste doel voor de periode 2005 -2010 het bieden van voldoende rechtsbescherming en veiligheid voor de gehele samenleving en op het totale grondgebied van Suriname. Onder deze twee kernbegrippen wordt verstaan:
Rechtsbescherming: adequate en efficiënte waarborging door de daartoe aangewezen organen (Wetgever, Rechterlijke Macht en organisaties in de sfeer van de rechtsbijstand) van de naleving en bescherming van de rechten van de mens onder meer door effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding.
Veiligheid: adequate en efficiënte handhaving van de veiligheid (openbare veiligheid, verkeersveiligheid en brandveiligheid) door effectieve rechtshandhaving, inclusief criminaliteitsbestrijding en het stellen van en het (doen) naleven van veiligheidsnormen.
3.3.1 Beleidsvisie
Rechtsbescherming en Veiligheid algemeen
Een integrale aanpak met betrekking tot rechtshandhaving en rechtsbescherming voor geheel Suriname geldt als uitgangspunt voor het beleid van dit ministerie, aangezien elke gemeenschap behoefte heeft aan duidelijkheid omtrent wet en recht, zodat burgers zich beschermd weten en overtuigd zijn te wonen in een rechtvaardige samenleving.
Deze aanpak dient gericht te zijn op samenwerking met anderen, uitgaande van een probleemgerichte werkwijze waarbij het beoogde effect voorop staat. De instituten zullen daartoe adequaat moeten zijn geëquipeerd zowel qua menskracht als qua middelen.
Rechtshulp en rechtszorg
De structuur die een waarborg moet bieden voor onkreukbaarheid en onafhankelijkheid dient te allen tijde goed te worden onderhouden. Een efficiënt en effectief functionerende rechtspleging en rechtspraktijk behoren immers tot de peilers van goed bestuur.
Deze dragen bij aan het creëren van een stabiele omgeving, aan het betaalbaar en toegankelijk maken van het rechtssysteem voor iedere burger en aan een gunstig investeringsklimaat.
Het vertrouwen van de samenleving in een adequate bescherming van de rechten van elke burger wordt in belangrijke mate beïnvloed door degenen die daar verantwoordelijk voor zijn, te weten rechters, vervolgingsambtenaren, advocaten, notarissen en griffiers.
Hun dienstverlening behoort deugdelijk te zijn en bovenal als geloofwaardig te worden beschouwd door rechtzoekenden. Conform haar taakstelling zal het ministerie werken aan een eerlijke en rechtvaardige rechtsbedeling voor een ieder in Suriname en het vergroten van de toegankelijkheid en aanspreekbaarheid van de instituten voor rechtshandhaving, rechtspraak en bescherming voor de samenleving.
De Zittende Magistratuur dient hiertoe de positie te krijgen die haar toekomt binnen het constitutioneel bestel en zodanig te worden uitgerust dat zij haar rol en taken op efficiënte en effectieve wijze vervullen kan. In overleg met de Zittende Magistratuur zal gewerkt worden aan reorganisatie en modernisering, gericht op een transparante, zelfsturende en goed uitgeruste rechterlijke organisatie, die in staat is om op signalen uit de omgeving te reageren en te anticiperen op ontwikkelingen in de vraag naar haar diensten.
Door verbeteringen aan te brengen, niet alleen in de rechtspositie, de accommodatie en infrastructurele voorzieningen, maar eveneens in de structuur van de Rechterlijke Macht, de specialisaties, de benoemingsprocedures en het loopbaanperspectief, worden stappen ondernomen met als uiteindelijk doel het optimaliseren en waarborgen van de rechtshandhaving.
Criminaliteitsbestrijding en Openbare veiligheid
In artikel 148 van de Grondwet is de verhouding tussen het ministerie van Justitie en Politie en het Openbaar Ministerie bepaald. De Regering zal op grond van dit Grondwetsartikel als onderdeel van haar taak de veiligheid van de gemeenschap dienen te realiseren en het algemeen vervolgingsbeleid bepalen.
Uiteraard zal de Regering voor haar beleid met betrekking tot de vervolging van strafbare feiten verantwoording verschuldigd zijn aan De Nationale Assemblee. Het Openbaar Ministerie is zoals constitutioneel vastgesteld verantwoordelijk voor de opsporing en belast met de vervolging.
In samenwerking met de politie dient het Openbaar Ministerie zorg te dragen voor een aanvaardbaar niveau van orde en rust in de samenleving. Vanuit dit gezichtspunt zal het vervolgingsapparaat in staat moeten worden gesteld om effectief bij te dragen tot het terugdringen van de criminaliteit in al haar facetten.
Verschillende instrumenten staan het Openbaar Ministerie hiervoor ter beschikking; echter om een goede taakvervulling mogelijk te maken, zal ook voor het Openbaar Ministerie moeten worden gewerkt aan verbeteringen in de accommodatie, infrastructurele voorzieningen en in de informatievoorziening.
Naast rechtshandhaving en rechtsbescherming is ook veiligheid een pijler van het beleid voor de komende periode. Het beleid ter bestrijding van de criminaliteit in zijn algemeenheid heeft als doelstelling: de beïnvloeding van menselijk gedrag, zodanig dat het overeenkomstig wet en recht verloopt. Deze doelstelling betreft alle burgers; niet alleen (potentiële) daders van strafbare feiten, maar ook diegenen die zich aan wet en recht conformeren.
Het ministerie wil in de komende jaren met name het accent leggen op integrale veiligheid, passend binnen de ketenbenadering als uitgangspunt van beleid van het ministerie.
Centraal in de integrale benadering van het veiligheidsbeleid staat de gedachte dat de last van de veiligheidsproblemen niet uitsluitend op de schouders van politie, de rechterlijke macht en brandweer kan worden gelegd, maar dat veiligheidsbeleid onder algemene bestuurlijke regie nodig is.
Een kenmerk van integrale veiligheid is dan ook dat het, naast bijdragen van de overheid, gaat om bijdragen van maatschappelijke organisaties en van het bedrijfsleven. Binnen dit kader valt eveneens te denken aan de werkzaamheden van de commissie “Herordening van de binnenstad”, welke reeds operationeel is.
Eveneens valt onder integrale veiligheid de verantwoordelijkheid die het ministerie heeft voor een goede en adequate brandweerzorg. Dit houdt in dat het ministerie zich in de komende periode meer zal gaan toeleggen op de ontwikkeling van maatregelen ter voorkoming, beperking en bestrijding van brand, alsmede ter beperking van brandgevaar, voorkoming van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt. Tevens zal het ministerie een grotere rol gaan spelen bij de beleidsvoorbereiding en uitvoering daar waar het gaat om voorkomen en beheersen van crises en rampen.
Specifieke aandacht binnen het beleid ter bestrijding van de criminaliteit krijgt de drugscriminaliteit. Onlangs is het concept Nationaal Drugs Masterplan 2006-2010 van de Republiek Suriname aan de Regering aangeboden. In dit Masterplan staan integrale en structurele maatregelen voor de aanpak van de drugsproblematiek in Suriname, vervat in een samenhangend pakket van maatregelen.
Binnen het Masterplan neemt het Ministerie van Justitie en Politie een bijzondere plaats in, omdat het Ministerie een aanjaagfunctie vervult bij de opsporing, vervolging, berechting en resocialisatie van verdachten. In het beleid van het Ministerie gericht op bestrijding van drugscriminaliteit wordt dan ook rekening gehouden met het Nationaal Drugs Masterplan. De voornaamste punten uit het beleid zijn:
- uitvoering op basis van de nieuwe strategie te weten de ketenbenadering. Alle schakels, zowel in nationaal als internationaal opzicht, zullen worden betrokken bij de aanpak van de drugsproblematiek in Suriname;
- verhoogde aandacht voor de aanpak van zowel de drugsinvoer, de -doorvoer als de -uitvoer, zodat Suriname minder aantrekkelijk wordt als tussenstation voor de illegale drugshandel;
- verhoogde prioriteit voor wat betreft de aanpak en ontmanteling van criminele organisaties, die Suriname in hun netwerk hebben opgenomen;
- uitbreiding en versterking van internationale samenwerking, met landen die met Suriname in de drugsketen liggen.
Niet alleen op het gebied van drugscriminaliteit, maar zeker ook voor wat betreft integrale veiligheid, wordt veel belang gehecht aan internationale samenwerking, zowel regionaal en mondiaal. Binnen deze verschillende samenwerkingsvormen gaat het om implementatie en naleving van verdragen en overeenkomsten alsmede om samenwerking bij trainingen en bij financiële ondersteuning.
Voorts wordt onverminderd gewerkt aan het vergroten van de zichtbaarheid van de politie, met in begrip van de realisatie, dan wel de verbetering van de daarvoor benodigde faciliteiten, om zodoende het veiligheidsgevoel bij de burger te vergroten.
Naast het verbeteren van de zichtbaarheid, wordt gewerkt aan het verbeteren van zowel de fysieke als telefonische bereikbaarheid van de politie. Het aantal politieposten, met name in het binnenland, zal worden uitgebreid, en er zal een landelijk alarmnummer worden ingevoerd.Binnen het beleid ter bestrijding van de criminaliteit zijn algemene en speciale preventie van strafbare feiten vertrouwde en belangrijke onderdelen.
Jeugd, zeden en huiselijk geweld
Het beleid heeft nog een andere en zeker zo belangrijke kant, namelijk één die met de term “zorg” kan worden aangeduid. Daaronder wordt in de eerste plaats verstaan de slachtofferhulp, reclassering, kinderbescherming en zorg voor vreemdelingen. Een speciaal aandachtspunt binnen deze zorg betreft de jeugd.
Onder de term “zorg” zal daarnaast binnen het ministerie meer aandacht worden besteed verbetering van de hulpverlening aan slachtoffers van (zeden-)misdrijven en huiselijk geweld.
Essentieel is dat overheidsinstanties en niet-overheidsorganisaties hecht met elkaar samenwerken en zorgen voor een gecoördineerde, integrale aanpak waarin het slachtoffer centraal staat. Hierbij valt te denken aan een herkenbaar punt waar men zich kan melden, en waar snel wordt doorverwezen naar de juiste instanties en organisaties, één gezamenlijk adres, een “one stop shop”.
Daarnaast zal binnen de verschillende betrokken organisaties het personeel worden getraind op tijdige herkenning van deze problematiek en de zorg voor een goede opvang en verdere begeleiding.
Delinquentenzorg
Maar ook de behandeling van gedetineerden door middel van dwangverpleging in het kader van een tbs-maatregel, psychiatrische en psychologische hulp, alsmede maatregelen ter voorbereiding van de gedetineerde op terugkeer in de samenleving zijn als zorg te kwalificeren.
Zo is het wenselijk dat in gevangenissen en penitentiaire inrichtingen de mogelijkheid van regiemdifferentiatie wordt geïntroduceerd, waarbij meer oog is voor de individuele persoon en persoonlijkheidsstructuur van de delinquent. Ook hier dient speciaal aandacht te zijn voor de bejegening van jeugdigen, die met het strafrecht in aanraking zijn gekomen.
Eveneens zal worden gewerkt aan de introductie en implementatie van alternatieve strafmodaliteiten en de verruiming van de mogelijkheid tot buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten door middel van transactie voor het OM in de strafwetgeving.
Als gevolg van deze verruiming kan het OM een transigeerbeleid ontwikkelen op basis waarvan een taakstraf als transactie kan worden aangeboden opdat na een geslaagde vervulling van de opgelegde taak van vervolging wordt afgezien. Bijkomend voordeel is dat met de verruiming van de mogelijkheden voor buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten een verdergaande verlichting van de druk op de Zittende Magistratuur kan worden bereikt.
Wetgeving
Het beleidsplan voorziet in een uitgebreid programma van wetgeving. Voor een goede uitvoering van alle bovengenoemde voornemens is het van groot belang dat wordt gekeken naar de wetgeving en dat daar – waar nodig – aanpassingen van of aanvullingen op bestaande wetgeving plaatsvindt, dan wel nieuwe wetgeving wordt ontwikkeld. Dit geldt welhaast voor elk beleidsdomein binnen de sub/subsector Rechtsbescherming en Veiligheid.
Zo is het op het domein van de Openbare veiligheid voor een verbeterd functioneren van de brandweer nodig dat wetgeving wordt ontwikkeld op het gebied van milieubehoud, invoer, transport, opslag en gebruik van explosieven, vuurwerk en milieu schadelijke stoffen.
Voor een verbeterde aanpak van huiselijk geweld is het nodig onderzoek te verrichten naar de nodige aanpassingen van wetgeving, onder andere daar waar het gaat om aanpak huiselijk geweld, seksueel geweld binnen het huwelijk, seksuele exploitatie van personen binnen het gezin.
Om het beleid ter versterking van de openbare veiligheid goed uit de verf te laten komen zal het nodig zijn de bestaande wetgeving op het terrein van de openbare orde en veiligheid te evalueren en aan te passen. Op het terrein van de rechtshulp en de rechtszorg zal aanpassing van wetgeving dan wel nieuwe wetgeving nodig zijn.
Ook met het oog op de bestrijding van merkpiraterij is met een wetsontwerp Industriële eigendom in nieuwe wetgeving voorzien. Een nieuw wetsontwerp op het gebied van het auteursrecht en een wetsontwerp op de naburige rechten ligt in het vooruitzicht. Hiermee zal ook de bestrijding van met name muziekpiraterij ter hand kunnen worden genomen.
Flankerend beleidTenslotte zal de komende periode veel aandacht worden besteed aan de interne organisatie van het ministerie, zowel voor wat betreft haar intern functioneren als wat betreft de invloed die het intern functioneren heeft op de samenleving. Voor de verbetering van het intern functioneren wordt gewerkt aan het verhogen van de doelmatigheid met betrekking tot de inzet van menselijke, materiele en financiële middelen bij het realiseren van de beleidsdoelen.
Dit betekent niet alleen het ontwikkelen van een HRM-beleid en het verbeteren van opleidingsmogelijkheden binnen het totale ministerie, maar eveneens het versterken van de beleids- en beheerscapaciteit binnen alle structuren van het Ministerie en het ontwikkelen van goede en gezonde overleg- en communicatiestructuren.
Naar buiten toe zal een verbeterd functioneren zich moeten vertalen naar betere dienstverlening en meer transparante beleidsuitvoering door het ministerie en de daaronder ressorterende diensten. Een en ander zal vormgegeven worden door een actief voorlichtings- en communicatiebeleid waarin nadrukkelijk het contact met de burger zal worden gezocht.
Institutionele versterking
In verband met de uitvoering van het meerjaren projectenprogramma dient vooral ook de capaciteitsopbouw ter hand te worden genomen, aangezien het ministerie, maar ook de onder het ministerie ressorterende diensten in hun huidige bezetting zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht niet toereikend zijn bemenst. Per project zal daarom aan dit aspect aandacht moeten worden geschonken.
In de praktijk zal dit betekenen dat bij de aanpak van de projecten primair gekozen dient te worden voor die projecten die gericht zijn op institutionele versterking. Zij gaan derhalve voor boven andere meer beleidsinhoudelijk gerichte projecten, opdat met het oog op die beleidsinhoudelijke projecten tevoren is voorzien in de vereiste beleidskracht. Verwezen wordt naar het analyserapport in annex D, pagina 61.
3.3.2 Beleidsuitgangspunten
Voor de realisatie van de hierboven beleidsvisie zijn twee uitgangspunten geformuleerd, te weten de zogenaamde ketenbenadering en het zero tolerance-beleid.
Centraal tijdens deze regeerperiode zullen samenwerking en integrale ketenbenadering staan in zowel in horizontale als in verticale zin.
Alle geledingen binnen en ressorterende onder het ministerie van Justitie en Politie, de Zittende en Staande Magistratuur, de korpsen zullen daaraan een bijdrage leveren. Maar ook de burgers, de private sector, NGO’s en alle andere ministeries zijn nodig om de integrale aanpak te realiseren.
Alleen met een gezamenlijke inspanning en continue onderlinge afstemming kan een werkelijke kwaliteitsverbetering en institutionele versterking van de gehele organisatie en de sector Rechtsbescherming en Veiligheid worden gerealiseerd.
Zowel naar de samenleving toe als naar de overheid zal door dit kabinet een zero tolerance-beleid worden gehanteerd. Ten aanzien van de zeer ernstige criminaliteit zoals de drugscriminaliteit, mensensmokkel, grensoverschrijdende criminaliteit en corruptie werd zero-tolerance al eerder gehanteerd.
Maar zeker ook anderszins, zal het zero-tolerance beleid allengs meer tot gelding komen, in die zin dat minder dan voorheen crimineel en onaangepast gedrag zal worden getolereerd. Daar waar het bijvoorbeeld gaat om ongepast gedrag in het verkeer, onredelijk gedrag in het openbaar en gedrag dat tegen bestaande milieuwetten ingaat zal eveneens met zero tolerance-beleid worden gehandeld.
Niet alleen door middel van repressie in de vorm van straffen zal het zero-tolerance beleid gestalte krijgen. Ook in de preventieve sfeer zal er het nodige dienen te gebeuren. Verbetering van de sociale context waarin mensen samenleven kan ook door infrastructurele maatregelen, die onveilige situaties op straat tegengaan, zoals het verbeteren van de openbare verlichting, het voorkomen van onveilige plaatsen in straten en op pleinen, in wijken en buurten.
Ook het schoon en opgeruimd houden van de openbare ruimte draagt bij aan het tegengaan van verloedering. En natuurlijk zal in dit varband moeten worden gedacht aan het verbeteren van de bereikbaarheid van de hulpverleningsdiensten, waaronder binnen deze context vooral de politie.
De ontwikkeling van het zero-tolerance beleid in de preventieve sfeer zal in deze regeerperiode breed worden ingezet. Het zal duidelijk zijn dat het ministerie van Justitie en Politie daarvoor niet alleen verantwoordelijk kan worden gesteld.
Ook andere ministeries, maar ook lagere overheden dienen aan deze beleidsvorming en -uitvoering hun steentje bij te dragen. En niet in de laatste plaats is in de opbouw van de verantwoordelijke samenleving een verantwoordelijkheid weggelegd voor elke Surinamer individueel.
Het bevorderen van een verantwoordelijke samenleving is ook gebaat bij een behoorlijke controle op de naleving van wetten en regels. Natuurlijk zal de politie in die controle een hoofdrol hebben te vervullen. Maar ook andere ambtelijke controle instanties dienen – elk op het eigen terrein – aan deze controletaak bij te dragen. Tenslotte ligt ook hier een verantwoordelijkheid bij de burger zelf.
Naast preventieve maatregelen zullen echter ook repressieve maatregelen niet worden geschuwd. De repressieve handhaving van wetten en regels zullen vooral tot uiting komen in de intensivering van de criminaliteitsbestrijding. Met name de criminaliteit, die voor de Surinaamse staat als meest bedreigend en schadelijk wordt ervaren, zoals de drugscriminaliteit, de mensensmokkel en de grensoverschrijdende criminaliteit werd en wordt met de grootst mogelijke voortvarendheid aangepakt.
In zekere zin gold voor deze soort van criminaliteit reeds een zero-tolerance beleid. Maar daartoe zal deze beleidsaanpak in deze kabinetsperiode niet beperkt blijven. Allengs zal wat al voor de meest bedreigende en schadelijke criminaliteit geldt worden uitgebreid naar andere vormen van crimineel en ongewenst gedrag.
Het beleid zal in de loop van deze regeerperiode steeds sterker voelbaar worden, of het nu gaat om bestrijding van gedrag, dat in strijd met de wet is, in buurten en wijken, op scholen, in het uitgaansleven en verenigingen dan wel in het verkeer. Onder meer zal de samenwerking van de politie met buurtwachten, die al tijdens de voorgaande kabinetsperiode bezig was gestalte te krijgen, verder worden bevorderd en waar nodig versterkt.
De graduele introductie van het zero-tolerance beleid is gebaseerd op twee uitgangspunten. De eerste is, dat de overheidsorganisaties, die in de beleidsuitvoering een hoofdrol hebben te vervullen, in de gelegenheid moeten worden gesteld om zich die rol eigen te maken.
Zij zullen zich daarop moeten voorbereiden door zich zowel qua menskracht, qua middelen als qua vaardigheid te versterken. Het tweede uitgangspunt is dat de burger de gelegenheid moet worden gegund zich op het zero-tolerance beleid in te stellen, eraan te wennen en er in de toekomst mogelijk zelf een bijdrage aan te leveren. Dit introductieproces zal door het ministerie van Justitie en Politie worden gevoed en gesteund, waar nodig in coördinatie met andere ministeries.
3.3.4 Beleidsdoelen, strategieën, resultaten en monitoring
In deze paragraaf worden de beleidsdoelen geformuleerd de in de komende Regeringsperiode leidend zullen zijn voor het handelen van het ministerie van Justitie en Politie. Per beleidsdoel zijn de resultaten geformuleerd die dienen te worden gerealiseerd. Uiteraard is het wenselijk, dat kan worden nagegaan of en in hoeverre het beleidsdoel ook werkelijk heeft geleid tot het beoogde resultaat.
Daartoe is de formulering van de resultaten zo gekozen, dat het resultaat zelf als meetmoment kan fungeren. Uit de formulering moet blijken dat het resultaat – getoetst aan de beleidsdoelstelling – beoogd was, functioneert en dat er een redelijke verwachting is, dat het resultaat ook blijvend zal zijn. Opdat de resultaatmeting kan plaatsvinden is bij het resultaat aangegeven op welke wijze de meting feitelijk kan worden uitgevoerd.
Een belangrijke methode is gevonden in de beleidsmonitor[1] waarmee jaarlijks de effectiviteit van het beleid kan worden gemeten. De ontwikkeling van deze beleidsmonitor zal reeds in het beginstadium van de beleidsrealisatie worden ontwikkeld en toegepast.
Bij gebreke van geschikt statistisch materiaal zal de eerste meting – die over 2006 zal plaatsvinden – worden aangemerkt als zogeheten nul-meting. De vervolgmetingen zullen dan van jaar tot jaar de ontwikkeling in de beleidseffectiviteit kunnen weergeven.
Beleidsdoelstelling 1
De veiligheid van Suriname, waaronder de criminaliteitsbestrijding en openbare veiligheid, moet binnen deze regeerperiode aanzienlijk verbeterd worden. Hierbij zal o.a. worden gewerkt aan:
a. daadwerkelijke aansturing van het veiligheidsbeleid door het Ministerie;
b. het ontwikkelen en implementeren van vreemdelingenbeleid, waarbij belangen van nationale aard doorslaggevend zullen zijn bij het toelaten en handhaven van vreemdelingen in Suriname. Met het oog op een eenduidige beleidsaansturing en –uitvoering en voor de nodige samenwerking en informatie uitwisseling zal de vreemdelingenketen worden versterkt;
c. een effectieve preventie en bestrijding van de misdaad met als doel verbetering van het gevoel van veiligheid van de burgers met het accent op vormen van criminaliteit als vermogenscriminaliteit, geweldscriminaliteit, verkeerscriminaliteit, milieucriminaliteit, georganiseerde, grensoverschrijdende en internationale criminaliteit en corruptie;
d. versterking van de rechtshandhavings- en hulpverleningsinstituten zoals het Korps Politie Suriname en het Korps Brandweer Suriname met betrekking tot middelen en personen;
e. verbetering van de Internationale Samenwerking ter garantie van de Internationale Rechtshandhaving en grensoverschrijdende aanpak van het veiligheidsvraagstuk.
Resultaat ex beleidsdoelstelling 1
Het resultaat van genoemde inspanningen is een Surinaamse samenleving, waarin de criminaliteit op een beheersbaar niveau is gebracht, de verschillende instituten in staat zijn om de veiligheid te garanderen en de veiligheid is verbeterd en het veiligheidsgevoel van burgers aantoonbaar van voldoende niveau is.
Beleidsdoelstelling 2
De versterking van de democratische rechtsstaat en de rechtsstaatprincipes in Suriname conform de beginselen van de Grondwet, andere wettelijke regelingen en relevante verdragen waarbij Suriname partij is, onder te verdelen naar:
a. versterking van de rechtshandhavings-, rechtsbeschermings- en rechtsprekende instituten, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht
b. Eerlijke en rechtvaardige rechtsbedeling voor een ieder in Suriname en vergroting van de toegankelijkheid en aanspreekbaarheid van de rechtshandhavings-, rechtsprekende en beschermingsinstituten naar de samenleving toe
c. Surinaamse wetgeving actualiseren, aanvullen en in overeenstemming brengen met geratificeerde verdragen en toegankelijk maken.
Resultaat ex beleidsdoelstelling 2
Een efficiënt en effectief functionerende rechtspleging en rechtspraktijk, waarbij de organisaties voor rechtshandhaving en rechtbescherming, alsmede de rechtsprekende instituten zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht optimaal functioneren en waarbij aan het rechtsgevoel van de burgerij tot tevredenheid is tegemoetgekomen.
Beleidsdoelstelling 3
Absolute verbetering van de mensenrechtensituatie in Suriname o.a. door:a. verbetering van de rechtsbescherming in Suriname
b. verbetering van rechtshulp en rechtszorg
c. zorg voor slachtoffers van criminaliteit,
d. kwaliteitsverbetering van de zorg voor diegenen die van hun vrijheid zijn beroofd.
Resultaat ex beleidsdoelstelling 3
Adequate en efficiënte waarborging van de naleving en bescherming van de rechten van de mens door de daartoe aangewezen organen in de sfeer van de wetgeving, rechtspleging, opsporing en vervolging, alsmede versterking van de rechtsbijstand.
Beleidsdoelstelling 4
Verbetering van de positie van de vrouw en het kind, in de ruimste zin des woord o.a. door:
- aanpak huiselijk geweld/ geweld tegen vrouwen en kinderen;
- aanpak zedencriminaliteit;
- aanpak jeugdcriminaliteit en naleving rechten van het kind;
- kwalitatieve en kwantitatieve verbetering van de algehele jeugdzorg;
- verbetering van de (jeugd)zedenzorg in Suriname
- verbetering van slachtofferhulp
Resultaat ex beleidsdoelstelling 4Een door de institutionele en gestructureerde aanpak van elke vorm van geweld gericht tegen vrouwen en kinderen gewaarborgde verbeterde positie van vrouwen en kinderen in Suriname alsmede een terugdringen van zedencriminaliteit en een versterking van de jeugdzorg.
Beleidsdoelstelling 5
Het verhogen van het rechtsbewustzijn in de samenleving, o.a. door middel van voorlichtings- en educatieve programma’s met betrekking tot rechtsbescherming en veiligheid, waarbij ruime aandacht zal zijn voor normen en waarden. Hierbij zijn heldere communicatielijnen tussen burger en de justitiële en politiële overheid van groot belang.
Resultaat ex beleidsdoelstelling 5
Een versterkte positie van het Surinaams ministerie van Justitie en Politie en de daaronder ressorterende diensten in relatie tot de burger, welke inhoud wordt gegeven door een professioneel voorlichtings- en communicatiebeleid.
Het beleid is erop gericht een situatie bereiken waarin de Surinaamse samenleving zich bewust is van haar rechten en plichten en op de hoogte is van de diensten van de overheid; met name in de sfeer van de rechtsbescherming en veiligheid.
Beleidsdoelstelling 6
Het verbeteren van de interne organisatiestructuur van het ministerie van Justitie en Politie, voor wat betreft interne informatievoorziening, HRM-beleid, financieel beheer en het verbeteren van de aansturingcapaciteit op de diverse niveaus voor wat betreft de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid.
Resultaat ex beleidsdoelstelling 6
Een ministerie dat effectief en efficiënt functioneert, dat een helder HRM-beleid kent en waarbinnen op alle niveaus voldoende management- en aansturingcapaciteit zijn. Met het oog op de versterking van de beleidkracht van het ministerie zal er in deze kabinetsperiode zal de kwaliteit van de beleidsafdelingen zowel binnen het ministerie als bij de daaronder ressorterende diensten aanzienlijk worden verbeterd.[2]
Bij de realisatie van de hierboven vermelde beleidsdoelstellingen zal worden gewerkt volgens de volgende strategische uitgangspunten.
▪ De burger vraagt de aandacht: de problemen in Suriname zijn er. Er is nog meer te doen om dat in orde te krijgen en de verleiding is aanwezig om het groot aan te pakken en op hoog niveau. Hoewel een dergelijke aanpak ook in het belang van de burger is, zal hij dat mogelijk niet zo ervaren, als aan de problemen die hij dichtbij zijn eigen leefomgeving ervaart niets wordt gedaan. Er dient dus aandacht te zijn voor het belang van de burger.
▪ Institutionele versterking: voorop staat dat de uitvoerende organisaties op hun taak berekend moeten zijn. Het is voorwaarde voor het succesvol functioneren van de handhavingketen. Bovendien vragen de bijdragen aan de veiligheid in de samenleving van de diverse organisaties en instellingen – overheid en niet overheid – een sterke bestuurlijke regie.
▪ Gedeelde verantwoordelijkheid: niet alleen de overheid is verantwoordelijk voor het nastreven van verbetering. Een duurzame ontwikkeling naar meer veiligheid in de samenleving kan alleen op basis van een nauwe samenwerking tussen overheid, maatschappelijke partners en individuele burgers; ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid.
▪ Maximaal effect tegen minimale kosten: de middelen om de beleidsprioriteiten te realiseren zijn beperkt. Bij de prioriteitsstelling zal naast de hierboven aangegeven strategische uitgangspunten ook worden gekeken naar de kosten en het effect dat concrete maatregelen zullen sorteren.
▪ Daarbij zal worden gestreefd naar een optimale verhouding tussen kosten en effect van maatregelen. Wat eenvoudig is te realiseren en daarnaast grote voordelen oplevert voor de samenleving gaat voor.
3.3.5 Beleidsprioriteiten
Niet alles kan tegelijkertijd worden aangepakt; er moeten prioriteiten worden gesteld. Gelet op de belangrijkste veiligheids aandachtspunten in Suriname en rekening houdend met de in de vorige paragraaf aangegeven strategische beleidsdoelstellingen wordt voorrang gegeven aan de aanpak van de volgende vraagstukken.
▪ Versterking Rechterlijk Macht (OM, Hof)
▪ Kwantitatieve en kwalitatieve capaciteitsversterking bij handhavende diensten
▪ Herstel van het overheidsgezag in het binnenland en in delen van de kustvlakte;
▪ Aanpak drugscriminaliteit;
▪ Aanpak georganiseerde misdaad
▪ Aanpak huiselijk geweld
▪ Aanpak criminaliteit onder de jeugd
▪ Integraal veiligheidsbeleid
3.4 Beleidsdomeinen
Om de aansturing en monitoring van de hierboven gestelde beleidsdoelen zo effectief en integraal mogelijk te laten verlopen, is een aantal beleidsdomeinen vastgesteld, waarbinnen de verschillende doelen te plaatsen zijn. Deze beleidsdomeinen staan hieronder kort omschreven.
Binnen elk van de inhoudelijke beleidsdomeinen wordt aandacht besteed aan één van de belangrijkste uitgangspunten van dit beleidsplan te weten “institutionele versterking”. Hieronder wordt onder andere verstaan:
- Verbetering van de huisvesting
- Verbetering van de personele en materiele capaciteiten
- Verbetering van de interne bedrijfsvoering en financiële controle
- Ontwikkeling van een Human Resource-beleid, inclusief training en organisatie ontwikkeling
- Ontwikkeling en operationalisering van een structuur voor beleidsinspectie (beleidaansturing en –monitoring)
Daarnaast wordt binnen elk beleidsdomein gewezen op het belang van verbetering van samenwerking. De achterliggende gedachte hierbij is niet alleen de ketenbenadering, maar eveneens de verbetering van de internationale samenwerking, zeker daar waar het gaat om het garanderen van de internationale rechtshandhaving en grensoverschrijdende aanpak van het veiligheidsvraagstuk.
Beleidsdomein Omschrijving
1. Rechtshandhaving, openbare orde en veiligheid
1a. Algemene veiligheid en rechtshandhaving
1b. Politiële taak voor wat betreft Openbare veiligheid en criminaliteitsbestrijding
1c. Openbare veiligheid m.b.t. brand- en calamiteitenbestrijding
1d. Institutionele versterking betrokken instanties[3] (Vreemdelingen Zaken, Nationaal Coördinatie Centrum, coördinatiepunt hulpverleningsdiensten, KPS, KBS)
1e Verder uitbouwen van de (nationale en internationale) samenwerking[4]
2. Versterking Rechterlijke Macht en Wetgeving
2a. Versterking Rechtshulp
2b. Institutionele versterking Hof van Justitie van Suriname c.q. de Kantongerechten en de ondersteunende diensten.
2c. Institutionele versterking Openbare Ministerie met inbegrip van ondersteunende diensten
2d. Aanpassen wetgeving binnen verschillende domeinen
2e. Institutionele versterking overige betrokken instanties (o.a. afdeling Wetgeving)
2f. Verder uitbouwen van de nationale en internationale samenwerking
3. Rechtsbescherming en Mensenrechten
3a. Delinquentenzorg
3b. Verbetering Rechtshulp
3c. Institutionele versterking betrokken instanties (DZ, Bur. voor Rechtshulp)
3d. Verder uitbouwen van de nationale en internationale samenwerking
3e. Verbetering bescherming intellectuele eigendom
3f. Opzetten, institutionele versterking van bij intellectuele eigendom betrokken instanties (Bureau intellectuele eigendom, politie, douane, andere relevante ministeries)
4. Jeugd- en zedenbeleid en huiselijk geweld
4a. Jeugdbeleid
4b. Huiselijk geweld
4c. Zedenbeleid
4d. Institutionele versterking betrokken instanties (JKB, Jeugdzaken KPS, BuFaz, OM, etc.)
4e. Verder uitbouwen van de nationale (NGO´s, ministerie) en internationale samenwerking
5. Flankerend beleid
5a. Communicatie en voorlichting (sectorale voorlichtingsstrategie)
5b. Institutionele versterking betrokken instanties (operationaliseren voorlichtingsafdelingen en trainingen)
5c. Verbetering dienstverlening automatisering (specialistische opleiding i.v.m. uitbreiding en beheer netwerk)
5d. departementaal automatiseringsplan
Als sturingsinstrumenten voor de uitvoering van het beleid op bovengenoemde beleidsdomeinen, is het van groot belang dat aandacht wordt besteed aan de volgende zaken:
6. Interne bedrijfsvoering en financieel beheer
6a. Verbeteren organisatiestructuur
6b. Opzetten HRM-beleid
6c. Verbeteren financieel beheer en financiële controle
7. Beleidsmonitoring en beleidsimplementatie
7a. Ontwikkelen structuur voor beleidsmatige aansturing
7b. Versterken benodigde capaciteiten voor beleidsaansturing op alle aansturingniveaus binnen het ministerie
7c. Instellen van een Programma Implementatie Unit (PIU)
Hoewel ze impliciet zijn meegenomen in de verschillende beleidsdomeinen onder “Institutionele versterking” worden ze hier vanwege het belang apart opgenomen.
Uitvoeringsplan
4.1 Inleiding
Het uitvoeringsplan is te beschouwen als het operationele deel van het beleidsplan voor de sector Rechtsbescherming en Veiligheid. Het geeft een praktisch beeld van al hetgeen in de komende jaren binnen de sector dient te gebeuren. De realisatie van het uitvoeringsplan is principieel de verantwoordelijkheid van de overheid, in casu het ministerie van Justitie en Politie.
4.2 Het samenhangend projecten programma
In 2005 is de gehele sector Rechtsbescherming en Veiligheid doorgelicht en geanalyseerd. Per beleidsdomein is daarbij aangegeven waar zich de zwakten in de sector en de daarin functionerende organisaties bevinden.
Op basis van het rapport dat van deze sector analyse is vervaardigd is een omvangrijk en coherent programma voor versterking en verbetering geformuleerd, dat integraal in het uitvoeringsplan van het ministerie van Justitie en Politie is opgenomen. Een uitgebreide samenvatting van het analyserapport is opgenomen als annex D.
Het uitvoeringsplan omvat in de eerste plaats een omvangrijk programma van projecten. Daarnaast worden in het uitvoeringsplan ook enkele categorale programma’s gepresenteerd voor wetgeving, bouw, opleiding en training en financieel beheer. De keuze om de uitvoering van een beleidsonderwerp in de vorm van een project te doen plaatsvinden is vooral aangewezen bij onderwerpen, die betrekkelijk nieuw zijn en omtrent de aanpak waarvan nog weinig ervaring bestaat.
Ook is voor de projectvorm gekozen als het gaat om onderwerpen, die zich vanwege hun complexiteit, of vanwege de betrokkenheid van een groot aantal andere partijen, dan wel vanwege de (kortstondige) intensieve arbeidsinspanning minder lenen voor uitvoering binnen de bestaande lijnorganisatie.
In alle gevallen is een project gericht op het bereiken van een concreet resultaat en gaat het om een eindig traject: een project heeft een duidelijk begin en ook een duidelijk eind. De projecten in het uitvoeringplan staan overigens niet op zichzelf. Bij de prioriteitsstelling van de projectuitvoering is in de eerste plaats uitgegaan van de ernst van de zwakte waarin de projectactiviteit beoogt te voorzien.
Maar ook is bij de prioritering tegen de achtergrond van de sectorbenadering gelet op de onderlinge samenhang van projecten; met name is ervoor gekozen de uitvoering van projecten in de tijd zodanig te kiezen, dat de projectresultaten elkaar versterken, waardoor tegelijkertijd de kans wordt vergroot, dat de projectresultaten blijvend zullen zijn.
Ten aanzien van de projectorganisaties wordt opgemerkt, dat deze weliswaar een betrekkelijke zelfstandigheid genieten, maar dat zij hun taken wel dienen uit te voeren in relatie tot de beleidsuitvoering op het terrein van de Rechtsbescherming en Veiligheid als geheel. Voorts dient de projectuitvoering plaats te vinden onder regie van het ministerie van Justitie en Politie en in een goede wederzijdse samenwerking met de lijnorganisatie van het ministerie en de daaronder ressorterende diensten.
Als gezegd voorziet het uitvoeringsprogramma ook in een programma voor generieke onderwerpen. Deze onderwerpen, die zich in beginsel meer lenen voor uitvoering in de lijnorganisatie, zijn als “gap” in de sectoranalyse geïdentificeerd en hebben dan ook alle een relatie met de maatregelen, die ter verbetering en versterking van de sector in dit beleidsplan zijn gepresenteerd. Deze generieke onderwerpen zijn als zodanig voorgesteld vanwege hun specialistisch karakter – zoals bijvoorbeeld wetgeving – of omdat zij gelding hebben voor meerdere of zelfs alle projecten – zoals bijvoorbeeld het project, bouw en financieel beheer.
Het ligt voor de hand, dat de uitvoering van de programma’s voor wetgeving, bouw, opleiding en training en financieel beheer waar mogelijk door de desbetreffende lijnorganisaties zullen dienen te worden uitgevoerd in nauwe coördinatie met de projecten waarmee zij relatie hebben.
De uitvoeringsvoorstellen die hieronder zijn gepresenteerd vormen het beginpunt van de feitelijke projectrealisatie door het ministerie van Justitie en Politie. Zij geven inzicht in de diverse onderwerpen voorzover dat bij het aantreden van dit kabinet mogelijk is. Per projectvoorstel wordt een beknopte beschrijving gegeven van de probleemdefinitie, de doelstelling van het project (de projectinterventie) en de resultaten waartoe de uitvoering van het project dient te leiden.
Voorts verschaft het projectvoorstel globaal inzicht in de bij het project te betrekken actoren, in de eventuele relatie met andere projecten en de kosten. Tenslotte geeft het projectvoorstel een prioriteitsaanduiding als indicatie voor de urgentie en de plaats die het project – gezien de relatie met andere projecten – in de totale realisatieplanning dient te hebben.
Het aldus tot stand gekomen projecten programma is de basis voor de programmamanagement organisatie. Aan de hand van de projectenvoorstellen dienen de projecten op resultaten te worden herijkt om vervolgens verder te worden uitgewerkt en voor uitvoering te worden voorbereid in termen van te verwachten projectactiviteiten.
Het is essentieel daarbij de belanghebbende organisaties (beneficiaries) intensief te betrekken, dit zowel met het oog op het resultaat van het project als met het oog op de daarvoor door de belanghebbende organisatie zelf te leveren inspanningen in termen van menskracht, materiële faciliteiten en eventueel financiële middelen.
4.3 De Programma Implementatie Unit (PIU)
Het meerjaren programma bestaat uit een veelheid aan projecten, waarvan ook nog een aantal in onderlinge samenhang tot uitvoering moet komen. Alleen met een gedegen programma management vanuit een centraal en onder ministeriële verantwoordelijkheid vallende Programma Implementatie Unit (PIU) kan een dergelijke zeer ingewikkelde operatie tot een goed eind worden gebracht.
Naast de aansturing vanuit de minister is het voor de PIU van belang om te kunnen voldoen aan haar taakstelling dat er directe lijnen bestaan naar zowel het kabinet van de minister, verantwoordelijk voor het continu adviseren inzake de uitvoering van het beleid en de afstemming hiervan met recente ontwikkelingen, als naar de werkgroepen, die de werkarmen worden van de unit voor wat betreft de concrete realisatie van de beleidsdoelstellingen.
De meerwaarde van de PIU is dat zij de projectmanagementvaardigheden zoveel als mogelijk beschikbaar zal stellen aan de verschillende onderdelen van het ministerie, met als uiteindelijke doel om de projectorganisatie te laten integreren binnen de bestaande organisatie van het ministerie.
De instelling van een dergelijke PIU is derhalve essentieel voor de succesvolle uitvoering van het meerjaren projectenprogramma. De PIU zal op korte termijn in het leven worden geroepen. Een project dat tot doel heeft deze organisatie in het leven te roepen is in voorbereiding en zal begin 2006 van start gaan.
Bekostiging
De kosten verbonden aan de uitvoering van het hierboven beschreven sectorprogramma worden in totaal geraamd op ca. € 40 miljoen. Voor de verdeling van de bestedingen uit dit totaalbedrag binnen de verschillende beleidsdomeinen wordt verwezen naar onderstaande tabel.

Het totaalbedrag aan benodigde middelen voor de uitvoering van het meerjaren projecten programma van € 40.033.798,-- is inclusief een post voor onvoorzien van 5%. en inclusief de vervolg financiering van het project Opleidingen rechtspleging en rechtspraktijk 2003 – 2009, waarbinnen ook de RAIO-opleiding valt.
Dit project was totaal begroot op een bedrag van € 860.957,--. Daarvan is tot 2006 reeds € 317.309,-- besteed. Voor de komende jaren tot en met 2009 resteert derhalve nog een bedrag van € 543.567,-- welk bedrag uit het sectorfonds zal moeten worden bekostigd.
Wat de financiering van de geschatte behoefte aan financiële middelen ter uitvoering van het sectorplan Rechtsbescherming en Veiligheid betreft zijn de volgende dekkingsmogelijkheden van belang:
a. Begrotingen ministerie van Justitie en Politie over de jaren 2005 – 2010
In de dekking van de uitgaven kan uit de begroting van het ministerie van Justitie en Politie een deel worden voorzien. De begroting van het ministerie van Justitie en Politie voor het jaar 2006 en volgende jaren bedraagt gemiddeld ruim € 32,5 miljoen van welk bedrag ca. 80% is belegd voor de bekostiging van personeelskosten.
Dit houdt in dat jaarlijks uit de begroting van het ministerie van Justitie en Politie voor de uitvoering van het sector plan jaarlijks ca. € 6,5 miljoen beschikbaar is. Voor 2006 houdt dit in dat er een additionele financieringsbehoefte resteert van ca. € 2,2 miljoen.
b. Verdragsmiddelen (Sectorfonds)
Uit de Verdragsmiddelen is voor de sector Bestuur als geheel voor de komende jaren tot 2010 in totaal een bedrag beschikbaar van maximaal € 15 miljoen.[1] Daarnaast kan – na de volledige besteding van de schenkingsmiddelen – mogelijk ook een beroep gedaan worden op de zogeheten pariteitmiddelen, die erin voorzien dat bestedingen door Suriname in de sector gedaan uit de reguliere begroting door Nederland met een zelfde bedrag worden aangevuld. Overigens zijn de mogelijkheden van een bekostiging uit deze pariteitmiddelen voor geheel Suriname beperkt tot een maximum bedrag van in totaal € 136 miljoen.
c. Additionele middelen
De uitvoering van het sectorplan is derhalve deels afhankelijk van de bijdragen van donoren en staatsleningen. Ter verkrijging van deze additionele financiering zullen een of meer donor conferenties worden georganiseerd. Daarin zal omtrent de beleidsvoornemens en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte informatie worden verstrekt.
Als vervolg op deze conferenties zullen van overheidswege initiatieven worden ontwikkeld ter verkrijging van de additionele financiering, hetzij in de vorm van leningen, hetzij in de vorm van donaties. Voor een overzicht van mogelijke donor organisaties wordt verwezen naar annex C.
[1] Er wordt van uitgegaan dat het totale in de Verdragsmiddelen aanwezige bedrag van € 15 miljoen voor de sub/subsector Rechtsbescherming en Veiligheid beschikbaar is.
Annex A: Verantwoording gebruikte data
Bij dit beleidsplan is geraadpleegd en/of besproken:
- Beleidsintenties Ministerie van Justitie en Politie; Minister Jus/Pol, september 2005
- Sector analyse rapport “Rechtsbescherming en Veiligheid Suriname”; PUM, oktober 2005
- “Prioriteitenlijst van de actoren van het ministerie van Justitie en Politie”; Secretaris Jus/Pol, oktober 2005, samengesteld uit gesprekken met: OM, leiding KPS, leiding KBS, directeuren Penitentiaire Inrichtingen, Orde van Advocaten, Bond Griffie Personeel, PROMPT Management Consulting, Bond BBS, Vereniging van Notarissen en Kandidaat-notarissen, Bond PA’s, Bond KBS, Bond KPS, leiding BBS, direktie SJSSN (verslag kennismaking en bespreking d.d. 16-9-05 Stichting SJSSN, Mr. F. Kruisland)
- Notitie hoofd afdeling Vreemdelingenzaken Jus/Pol, augustus 2005
- Concept ontwerp begroting dienstaar 2006 Jus/Pol
- Jaarrede en jaarplan Jus/Pol met bijdragen actoren, september 2005
- Jaarplan KPS, 12-10-05
- Bijdrage KPS aan Jaarrede 2006, 01-10-05
- Notulen “Kennismakingsgesprek” Jus/Pol met de leden van de Rechterlijke Macht, d.d. 05-09-05
- Beleidsinvestering Rechtsstaat Suriname (BIRS); Stichting PUM, oktober 2005
- Terms of Reference Ontwikkeling van een meerjarenbeleid inzake Rechtsbescherming & Veiligheid; afd OPD; maart 2004.
- Inceptierapport t.b.v. de uitvoering van het project technische assistentie voor de ontwikkeling van een meerjarenbeleid inzake de sub/sub-sector Rechtsbescherming en Veiligheid in de republiek Suriname; Stichting PUM; d.d. 7 maart 2005
- Lijst GAPS sector analyse sectoranalyse Veiligheid en Rechtsbescherming, Stichting PUM; oktober 2005
- Afstemmingsvergadering Beleidsplan Jus/Pol met lijst GAPS sectoranalyse, d.d. 24-10-05
- Notitie m.b.t. afdeling Voorlichting Jus/Pol; Hoofd Voorlichting, oktober 2005
- Notitie m.b.t. Interne Controle Jus/Pol; Hoofd Onterne Controle, oktober 2005
- Notitie Gender, jeugd en zeden; G. Acton, september 2005-11-06
- Notitie Interne Bedrijfsvoering en Controle; ODAB JUS/Pol, september 2005
- Notitie Rechtshandhaving Openbare Orde en Veiligheid; R. Karg, september 2005
- Notitie Beleidsinspectie en de implementatie daarvan; D. Lo Fo Sang, september 2005
- Intentieverklaring samenwerking KPS-NL; oktober 2005
- Bijdrage vergaderingen Minister Jus/Pol en kabinet, september/oktober 2005
Annex B: Lopende commissies
Om te komen tot vaststelling van beleid op de betreffende onderdelen zijn o.a. actief:
Per maart 2005
Stichting PUM, Ontwikkeling van een meerjarenprogramma voor de sector Rechtsbescherming & Veiligheid
Per oktober 2005
De commissie VZ Jus/Pol, o.l.v. mevr. Drs. G. Acton
De commissie Verkeersproblematiek en ordening binnenstad, o.l.v. dhr. D. Lo Fo Sang
Werkgroep beveiliging Rechterlijke Macht o.l.v. Mr. R. Neslo
Task Force Ordening binnenland, o.l.v. Mr. Drs. R. Karg, MPM
[1] Naast de beleidsmonitor zullen waar mogelijk ook andere kenbronnen worden toegepast om de effectiviteit van het beleid te meten. Zo zal voor wat de corruptiebestrijding betreft gekeken kunnen worden naar de plaats die Suriname momenteel inneemt op de lijst van Transparency International.
[2] Het effectief bereiken van dit resultaat zal zich betrekkelijk eenvoudig laten meten; zowel binnen het ministerie als bij de onder J&P ressorterende diensten zal men kunnen vaststellen dat het ministerie aan beleidkracht heeft gewonnen. Ook in relatie tot De Nationale Assemblee zal de versterking in de praktijk kunnen worden vastgesteld aan de hand van de verbeterde kwaliteit van beleidsnota’s, en wetsvoorstellen.