Voorlichting & Communicatie, van het Ministerie van Justitie en Politie.
Zoeken = Cntrl + F
27 april 2007
Persbericht 19/07
Nieuwe website Ministerie van Justitie & Politie
Met ingang van heden is door het Ministerie van Justitie & Politie de nieuwe website www.juspolsuriname.org in gebruik genomen.
Op de nieuwe vormgegeven website is actuele informatie te vinden over de organisatievorm, het werkveld en de partners binnen dit werkveld.
Hoe zit het Ministerie in elkaar ? Wie zijn de partners ? Of wilt u gewoon op de hoogte blijven van het gevoerde beleid ? Allemaal zaken die aan bod zullen komen.
Daarnaast treft u een doorgeleiding (hyperlink) naar de verschillende onder het Ministerie ressorterende hoofdafdelingen en ketenpartners, waaronder de
Onderdirecteur Algemeen beheer (OAB), Onderdirecteur Delinquentenzorg (ODDZ), Onderdirecteur Rechtsaangelegenheden (ODRA), Onderdirecteur Financieel beheer (ODFB), Onderdirecteur Vreemdelingenzaken (ODVB),het Openbaar Ministerie, Korps Politie Suriname, bureau voor Familierechtelijke zaken (BUFAS), Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) e.a.
Bij de doorgeleiding naar 'Media' zult u de aankondigingen aantreffen, inzake uitnodigingen, verband houdende met te houden persconferenties en zijn de uitgegeven persberichten te lezen onder 'Persberichten'.
Ook is aandacht besteed aan de door het Ministerie periodiek uitgegeven 'Personeelsblad', waarin u visies, wijzigingen, mutaties en aankondigingen zult kunnen vinden. Het Ministerie van Justitie & Politie beoogt met deze website een open en transparant beeld te geven van haar medewerkers en haar ketenpartners.
Zoals u wellicht zult opmerken zijn verschillende onderdelen van de site nog “onder constructie”. Binnenkort zal dit zijn veranderd in een voor ieder toegankelijk medium, zodat wij de bezoekers van de site zo volledig mogelijk kunnen informeren. In dit verband hebben wij gemeend u de website www.juspolsuriname.org reeds op voorhand te kunnen laten bezoeken.
Voorlichting JusPol,
de coördinator
Ronald Gajadhar
26 april 2007
Persbericht 18/07
Voorgestelde wetswijziging Wetboek van Strafvordering
De Raad van Ministers (R.v.M.) heeft onlangs goedkeuring gehecht aan een ontwerpwet, houdende wijziging, c.q. aanvulling van het Wetboek van strafvordering, met betrekking tot inbeslaggenomen voorwerpen.
In dit wetboek zijn bepalingen opgenomen die aan de opsporings- en vervolgingsautoriteiten de bevoegdheid verlenen tot inbeslagneming van alle daarvoor vatbare voorwerpen. De inbeslagneming is het feitelijk onder zich houden ten behoeve van Strafvordering. Dit betekent in de praktijk dat de voorwerpen door de opsporings-en vervolgingsambtenaar in beslag genomen en meegenomen worden en elders worden opgeslagen.
Wij zien dat de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen vaak een langdurige, maar bovenal kostbare zaak is, zeker wanneer het langdurige strafprocessen betreft of strafprocessen, waarbij de verdachte in hoger beroep is gegaan. Onder inbeslaggenomen voorwerpen wordt mede begrepen de inbeslagneming van luchtvaartuigen en schepen.
De voorgestelde wetswijziging voorziet in ruimere mogelijkheden om een voorwerp, gedurende de periode van het beslag, uit de voorraadschuren van justitie op te ruimen, al is het maar door het voorwerp in geld om te zetten en daarop het beslag voort te laten duren.
De wijziging houdt ook een verruiming van de bevoegdheid van de rechter in, voor wie de zaak is aangebracht of anders voor het laatst werd vervolgd, om machtiging te verlenen aan de bewaarder, tot het vervreemden, vernietigen of de voorwerpen voor een ander doel te doen gebruiken. In deze wet is als bewaarder van inbeslaggenomen voorwerpen de korpschef van het Korps Politie Suriname aangewezen.
Met dit concept wetsproduct heeft het Ministerie van Justitie en Politie een eerste stap gezet, om het probleem structureel aan te kunnen pakken, zoals bijvoorbeeld in geval van drugsvliegtuigen, waarvan de afhandeling jaren op zich laat wachten.
De voorgestelde wijziging in bedoelde wet heeft pas wetskracht wanneer de betreffende wet in de DNA is behandeld en goedgekeurd en door de President van de Republiek Suriname is afgekondigd.
Voorlichting JusPol
23 april 2007
Persbericht 17/07
Driedaagse leiderschapstraining van start
Leidinggevenden binnen de structuren van het ministerie van Justitie & Politie zijn vandaag gestart met een driedaagse leiderschaps- en managementtraining, verzorgd door het Consultancybureau MOC van de heer Walther Dwarkassing.
Het doel is te komen tot ontwikkeling van collectief leiderschap, om het Ministerie van Justitie & Politie als organisatie verder te verbeteren. Tevens is daarbij een goede overgang van de P.I.U. - Project Implementatie Unit - binnen de organisatie als geheel wenselijk.
Minister Chandrikapersad Santokhi van Justitie & Politie verrichtte de opening en gaf zijn gehoor de overtuiging dat 'leiders van het Ministerie in de 'drivers seat' zitten, waarin zijn een belangrijke rol te vervullen hebben.
![]()
Het gaat hierbij om een Swot-analyse, (sterke en zwakke zijden van de organisatie), problemen te voorkomen en meer vertrouwen te scheppen.
Het is daarom dat deze tools hen met deze training wordt aangereikt om betere inzichten te verkrijgen, teneinde de beschreven projecten van de P.I.U. te kunnen gaan uitvoeren, alsmede om een nieuwe visie binnen Justitie & Politie te kunnen ontwikkelen.Het gehoor tijdens deze training bestaat uit een twintigtal leiders. Tevens waren als toehoorder een tweetal Kabinetsleden van het Ministerie van Justitie & Politie aanwezig.
Voorlichting JusPol
19 april 2007
Interview met de Surinaamse minister van Justitie en Politie over
het Decemberproces
‘Wij zien het als een strafzaak
Het politieapparaat wordt versterkt en drugsbaronnen zitten achter de tralies, maar de Surinaamse minister van Justitie & Politie Santokhi heeft nog veel meer projecten op stapel staan. De Decemberzaak tegen Bouterse bijvoorbeeld. ‘Alle grote, strafbare feiten beginnen bij de kleinste zonden die niet bestraft worden.’Op weg naar zijn werkkamer staan of zitten zeker zes bodyguards. De toegangsdeuren zijn voorzien van robuuste sloten. Op zijn pc-scherm verschijnen, als hij op zijn muis klikt, beelden van vier camera’s: bij de portier, de gang naar zijn werkkamer, de belendende vergaderzaal en het secretariaat.
Of hij weleens bang is dat hem iets overkomt? Minister Chandrikapersad Santokhi (48), aangetreden in 2005, reageert laconiek. Na ruim vijfentwintig jaar bij de politie is hij wel iets gewend.
Vorig najaar heeft Santokhi vertegenwoordigers uit alle betrokken landen uitgenodigd in Paramaribo om tot een gezamenlijke aanpak van de drugshandel te komen. Zijn redenering is simpel: ‘Waar komt de cocaïne vandaan? In welke landen vindt doorvoer plaats en waar gaat het naartoe? Willen we iets bereiken, dan moeten we Colombia en Venezuela erbij betrekken, maar net zo goed Engeland en Frankrijk.
Wij hebben een coördinerende rol op ons genomen en nu moeten we alles doen wat mogelijk en toelaatbaar is. Daarom hebben we ook de wet Bijzondere Opsporings Bevoegdheden aangenomen, naar Nederlands model. Sommige landen voelen zich beschroomd om samen te werken met Amerikanen, omdat die dan in hun keuken kunnen kijken. Nou, ik heb liever dat de VS bij mij in de keuken staan dan al die drugsbaronnen.’
De internationale contacten die Santokhi in zijn loopbaan bij de politie heeft opgebouwd, komen goed van pas. Zo werkt de Surinaamse politie al vanaf 1991 samen met de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) en zijn sinds kort DEA-mensen permanent in Suriname gestationeerd.
De aanpak heeft succes: de laatste anderhalf jaar zijn de nodige topcriminelen opgepakt en drugsbendes ontmanteld: ‘Hoe meer resultaten, hoe meer fondsen; zo is de spelregel van de Amerikanen. Als de machtigste president van de wereld zegt dat het hier goed loopt, dan zegt dat wel iets.’
Na de politieopleiding in Apeldoorn remigreerde Santokhi in september 1982 naar Suriname. Omdat Suriname juist in moeilijke tijden haar mensen nodig heeft. En moeilijk was het zeker onder het militaire regime van Desi Bouterse.
Drie maanden na zijn aantreden als politieofficier bij bureau Geyersvlijt in Paramaribo-Noord hoorde Santokhi op de radio dat vijftien samenzweerders op de vlucht waren doodgeschoten.
Niemand geloofde het, want de media stonden onder strenge controle van de machthebbers. Santokhi vroeg dan ook om een spoedbijeenkomst met de korpschef omdat hij vond dat er een strafrechtelijk onderzoek moest komen. De korpschef zou het opnemen met minister Graanoogst van Leger en Politie: ‘Maar ja, u moet begrijpen dat de militairen toen in feite de politie vormden. De politie zelf was een tweederangs apparaat.
Bestrijding van de criminaliteit was een probleem omdat heel wat zware misdrijven werden gepleegd door de militairen zelf. Die kon je niet aanpakken.
En je kon niet praten over de Decemberzaak; je kon niet zomaar gaan onderzoeken. Ik ben blij dat ik tijdens de militaire periode in elk geval mijn bijdrage heb geleverd aan upgrading van de politie.’
Natuurlijk kreeg Santokhi nooit antwoord op zijn verzoek aan de minister. Maar zijn rechtsgevoel is er nooit door aangetast. Zijn opmars was spectaculair. Een verrassing was het dan ook niet toen ze hem in 2005 vroegen als minister van Justitie en Politie, namens de hindoestaanse VHP.
Twintig jaar na december ’82 heeft Santokhi als Commissaris van politie ‘de eer gehad’ het gerechtelijk onderzoek naar Bouterse en de overige verdachten van de Decembermoorden te leiden. Eind 2004 is een begin gemaakt met de rechtszaak, maar de behandeling van de bezwaarschriften is nog altijd niet afgerond.
Santokhi kan weinig meer dan afwachten tot het Hof de laatste bezwaarschriften van de verdediging heeft afgehandeld. ‘Binnen één tot twee maanden moeten de dagvaardingen de deur uit. Dan kan het proces eind april, begin mei beginnen. Zoiets.’De regering heeft alles gedaan om de rechterlijke macht in staat te stellen het proces ongestoord en goed te laten verlopen, zegt hij. De komende weken trekt hij extra mensen aan voor de beveiliging van de rechterlijke macht. Zijn er concrete bedreigingen geweest? ‘Het gaat om stoere taal van personen die als verdachten aangemerkt zijn.
En om onze kleine samenleving waarin geruchten snel worden gevoed. Er hebben zich een paar keer incidenten voorgedaan. Een brandbom naar de woning van een rechter, politieke inbraken bij rechters thuis, dreigbrieven, kogels opsturen, dreigtelefoontjes. Intimidatie. Signalen die maken dat je meer aan de veiligheid moet doen.’
Santokhi verwacht geen onrust bij de start van het Decemberproces. Tenminste, wanneer de verdachten en getuigen gewoon meewerken en voor de rechter verschijnen, zoals tot nog toe is gebeurd. Anders wordt het zodra de rechter besluit ‘vrijheidsbenemende dwangmiddelen’ op te leggen.
Dan zouden vanuit ‘bepaalde groeperingen in de gemeenschap’ weleens heftige reacties kunnen komen. Santokhi laat niets aan het toeval over. Daarom sloot hij een maand na zijn aantreden een overeenkomst met het Nationaal Leger en staat hij in contact met buurland Frans Guyana om politieversterking te kunnen vragen wanneer de situatie dat vereist.Opvallend is dat Santokhi geen enkele keer de naam noemt van de hoofdverdachte in het Decemberproces. Ook niet wanneer hij ingaat op het huidige publiciteitsoffensief van Bouterse en de Nationale Democratische Partij (NDP), waarvan Bouterse voorzitter is.
Tijdens massabijeenkomsten voor de jeugd en in een live-interview op televisie kreeg het publiek de laatste weken de kans vragen te stellen aan de oud-legerleider over de recente geschiedenis. Al te kritische vragen liet hij daarbij voor wat ze waren.
Liever presenteerde hij zijn persoonlijke versie van de revolutie in 1980. Waarbij Bouterse de slachtoffers van de Decembermoorden in 1982 bijvoorbeeld tegenover de gesneuvelde soldaten in de Binnenlandoorlog plaatste.
Santokhi reageert vrij laconiek op Bouterses herhaald uitgesproken pleidooi voor amnestie. Ook dat valt wat hem betreft onder de noemer ‘intimidatie’: ‘Men is constant bezig. We hebben demonstraties gehad, politieke acties, journalistieke acties. De laatste tijd is een uitgebreide public campaign aan de gang om alles rond december ’82 te vergoelijken. Tot nu toe gaat het om een psychologische, politieke strijd. Zodra resultaat uitblijft, zal men op andere methoden overschakelen. Maar ook daar zijn we op berekend.’
Santokhi is zich bewust van de gevoeligheden van het Decemberproces. Terwijl in het buitenland iedereen vol verwachting toekijkt, blijkt uit een recente opiniepeiling dat een meerderheid in eigen land niet op de berechting van Bouterse zit te wachten. Want waarom zou je oude wonden openrijten?
Santokhi benadert de zaak zo juridisch mogelijk: ‘Dat deze zaak extra aandacht krijgt van de wereldgemeenschap, heeft te maken met tenminste één verdachte die in het machtscentrum zat. Eén verdachte die een behoorlijke partij achter zich heeft. Maar wij zien het als een strafzaak.’Zeker, het gaat om schendingen van de mensenrechten die door de internationale gemeenschap worden beoordeeld. Santokhi wijst erop dat het Internationaal Strafhof is opgericht omdat kleine landen niet tot de bijbehorende rechtsgang in staat zijn. Maar dat ligt anders in Suriname: ‘We hebben een militaire periode gekend en daarna een tijd van herstel en herdemocratisering.
Wij vinden nu dat we als rechtsstaat wel in staat zijn grote zaken aan te pakken. Ik zeg daarbij wel dat we nog steeds kwetsbaar zijn. Dat proberen we op te vangen door veel voorzieningen te treffen. Vanaf mijn aantreden ben ik constant aan het investeren. In arrestatieteams, antiterreurdiensten, extra beveiliging, de opzet van zeer goede intelligence services, waarbij we internationaal nauw samenwerken.’
Santokhi vindt dat hij slaagt als minister als de gemeenschap tevreden is en burgers zich veilig voelen. Maar hij heeft nauwelijks invloed op de woningnood, armoede en werkloosheid die criminaliteit in de hand werken.
Met lik-op-stukbeleid wil hij er wel toe bijdragen dat het gevoel voor rechtsorde wordt hersteld: ‘Alle grote, strafbare feiten beginnen bij de kleinste zonden die niet bestraft worden, zoals verkeersdelicten.
Daar moeten we beginnen. Zero tolerance. De politieman die hiermee dag en nacht bezig is, raakt gedemoraliseerd als mensen niet berecht worden. Daarom ben ik nu bezig met snelrecht; de invoering duurt alleen te lang.’
Santokhi heeft het druk. Hij mikt op uitvoering van 80 procent per jaarplan. Ook daarna, zegt hij, ‘I’m available for the community.
Het presidentschap? Ach, die geluiden hoor je altijd als je je best doet. Maar zodra er een roofmoord komt en kort daarna nog een, ben ik degene die dat niet kan oplossen. In de politiek heb je altijd emotionele reacties.
Iedereen richt zich op de korte termijn.’ (Diederik Samwel Foto Edward Troon/Vrij Nederland)
Persbericht 16/07
Verbetering infrastructuur Rechterlijke macht
Het Ministerie van Justitie & Politie werkt aan de aanschaf van voertuigen die de mobiliteit van de zittende en staande magistratuur dient te verbeteren. In dat kader zijn onlangs enkele voertuigen aangeschaft.
Ook aan de totale infrastructuur en logistiek wordt aandacht besteed. Momenteel wordt in het district Nickerie gewerkt aan de renovatie van het Kantongerechtsgebouw in Nickerie.
In Paramaribo zal binnenkort een nieuw Kantongerechtsgebouw voor civiele zaken aan de Grote Combeweg in gebruik worden genomen.
Ook aan verbetering van de huisvesting van de Rechterlijke macht wordt inmiddels gewerkt. Er komt een nieuw Kantongerechtsgebouw voor strafzaken, alsmede een nieuw gebouw voor het Parket van de Procureur-generaal.
Ter verbetering van de financiële rechtspositie van de Rechterlijke macht heeft de Minister van Justitie & Politie een raadsvoorstel ingediend bij de Raad van Ministers (RvM), dat op heden nog in behandeling is.
Voorlichting JusPol
17 april 2007
Aan de Directie van alle radio- en televisiestations en de dagbladen
Informatiebijeenkomst i.v.m de komende Krijgsraadzitting,
in het kader van het 8 Decemberproces
U i t n o d i g i n gIn verband met de komende Krijgsraadzitting nodigen wij u gaarne uit om een vertegenwoordiger van uw medium (nieuwsdienst of redactielid) aan te wijzen, tot bijwoning van een belangrijke informatiebijeenkomst.
Het doel is om U, als vertegenwoordiger van de media, zo goed mogelijk te kunnen informeren over de te nemen maatregelen door de Commissie Veiligheid Rechterlijke macht, alsmede u te voorzien van de beperkingen die tijdens het strafproces zijn opgelegd.
Datum donderdag 19 april 2007 Tijdstip 14.00 uur Locatie Ministerie van Justitie & Politie Onder overlegging van een identiteitsbewijs dient u zich op deze informatiedag bij de Security van het Ministerie van Justitie en Politie te melden.
Uw aanwezigheid wordt op prijs gesteld !
P.S. Dit betreft GEEN PERSCONFERENTIE
Namens de Commissie Veiligheid Rechterlijke Macht,
De Coördinator Voorlichting,
R. Gajadhar
14 april 2007
12 april 2007
Persbericht 14/07
Voorlichting buurtbewoners Boxel
Op de woensdagavond gehouden voorlichtingsbijeenkomst van het Ministerie van Justitie en Politie kregen de buurtbewoners, wonende aan de Sir Winston Churchillweg tussen de Adhinweg en de brug, nabij de Marinebasis te Boxel in district Suriname, voorlichting en informatie over de komende aktiviteiten in hun directe woonomgeving.
De bijeenkomst werd om 19.00 uur gehouden in het gebouw van de Krijgsraad te Boxel, waar, zoals wellicht bekend, binnenkort de eerste zitting inzake de Decembermoorden 1982 zal plaatsvinden.
Het gehoor bestond uit 8 personen die zes gezinnen in dat gebied vertegenwoordigden. De woningen liggen nogal ver uit elkaar in eerder vermeld gebied.
Het doel van de bijeenkomst was om bewoners in de directe omgeving te voorzien van de nodige informatie, betrekking hebbende op:
de wegomlegging op zittingsdagen van de Krijgsraad;
de afgifte van 'pasjes' voor bestemmingsverkeer (van en naar het woonhuis);
informatieverschaffing omtrent de 'politiecontrole' op de rijweg;
het veiligheidsaspect.
Deze voorlichtingsdag werd geinitïeerd in samenwerking met de commissie Veiligheid Rechterlijke Macht van het Ministerie van Justitie en Politie, die aan deze bijeenkomst als participant deelnamen. De doelgroep is vooraf geïdentificeerd en opgeroepen door vermelde commissie. Aan het einde van de bijeenkomst is de aanwezigen een rondleiding aangeboden in het gerechtsgebouw.
Voorlichting JusPol
Ronald Gajadhar
10 april 2007
Persbericht 13/07
Inbeslaggenomen CESSNA vliegtuig gaat naar de veiling
De Raad van Ministers heeft vorige week goedkeuring verleend aan de verkoop van een verbeurd verklaard éénmotorig vliegtuig, de Cessna PT- LYX.
Nadat de economische waarde is vastgesteld zal bedoeld vliegtuig volgens de gebruikelijke procedure in het openbaar worden verkocht (geveild). Het vliegtuig waar het hier om gaat was door de politie onbeheerd aangetroffen in het Saramaccagebied en daarop in beslag genomen.
In 2006 heeft een werkgroep zich gebogen over de bestemming van inbeslaggenomen vliegtuigen en andere stoffelijke zaken, waarna voorstellen daartoe in een rapport zijn vervat en zijn aangeboden aan minister Chandrikapersad Santokhi van Justitie & Politie. Bedoeld voorstel is daarop aan de Raad van Ministers (RvM) aangeboden, waarop dit in behandeling werd genomen.
Wat de overige zes(6) in beslag genomen vliegtuigen betreft, heeft de RvM in een uitgebrachte missive gesteld dat, door middel van aangepaste wetgeving, voor nu en in de toekomst structurele maatregelen worden genomen m.b.t. in beslag genomen zaken.
Dit houdt ondermeer in dat het wetboek van Strafvordering zodanig zal worden gewijzigd en gesuppleerd zodat in concrete gevallen stoffelijke zaken met een grote economisch waarde conform de gewenste aanpassing van bedoelde wet kunnen worden verkocht. Het wachten is nu op behandeling van deze materie in de DNA.
Voorlichting JusPol
5 april 2007
Persbericht 12/07
Beroepsmogelijkheid politieke ambtsdragers
Het Parlement van Suriname heeft de voorkeur uitgesproken in wijziging van de Wet 'In staat van beschuldigingstelling van politieke ambtsdragers' (S.B. 2001 no. 72). In dit voorstel tot wetswijziging van Justitie & Politie staat in artikel 12a het volgende:
"Politieke ambtsdragers of gewezen politieke ambtsdragers, die wegens strafbare feiten als bedoeld in artikel 140 van de Grondwet in staat van beschuldiging zijn gesteld, worden door de Procureur-generaal, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, voor het Hof van Justitie vervolgd, ongeacht waar de feiten zijn begaan of waar de verdachte politieke ambtsdrager of gewezen ambtsdrager woonachtig is of is aangetroffen."
Het Hof van Justitie beslist in eerste aanleg met drie rechters. In hoger beroep vonnist het Hof van Justitie met een oneven aantal beschikbare rechters, doch tenminste met vijf rechters. Deze wet heeft pas rechtskracht wanneer het is gepubliceerd in het Staatblad van de Republiek Suriname.
Internationaal
Internationaal is vereist dat de mogelijkheid van beroep tegen een veroordelend vonnis steeds aanwezig moet zijn. Deze internationale vereiste is ondermeer te vinden in artikel 14 lid 5 van het op 19 december 1966 te New York tot stand gekomen Internationale verdrag inzake burger- en politieke rechten.
Volgens deze bepaling heeft een ieder die wegens een strafbaar feit is veroordeeld het recht de schuldigverklaring en veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger rechtscollege, overeenkomstig de wet.
Bij afkondiging van deze wet zullen politieke- en gewezen politieke ambtsdragers de mogelijkheid hebben in beroep te gaan tegen een uitgesproken vonnis.
Voorlichting JusPol
Persbericht
Startsein gezamenlijke surveillance
Minister Santokhi van Justitie & Politie zal vandaag het symbolisch startsein geven voor een gezamenlijke surveillance, die zal worden ingezet door:
- Politiebureau Keizerstraat
- Beveiliging Centrale Bank van Suriname
- Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname (BBS) en de Stg. Uitgaanscentrum Suriname
Datum donderdag 5 april 2007 Tijdstip 14.00 uur Locatie Ministerie van Justitie & Politie Voor het verslaan van dit item wordt u van harte uitgenodigd namens de bewindsman.
De Coördinator Voorlichting,R.Gajadhar